Medicamenteuze behandeling

Epilepsie wordt doorgaans behandeld met epilepsiemedicatie (anti-epileptica). Hierdoor kan de frequentie van de aanvallen verminderen of kunnen de aanvallen volledig weg blijven. De anti-epileptica bestaan meestal onder vorm van pillen, maar voor kinderen zijn er ook korrels en siroop.

Er bestaan veel verschillende medicijnen om aanvallen onder controle te houden. De keuze van een anti-epilepticum hangt af van de vorm van epilepsie, het soort aanvallen en de individuele medische situatie van de patiënt. Het is belangrijk te weten dat hetzelfde medicament doeltreffend kan zijn voor een bepaalde persoon, maar helemaal ongeschikt voor een andere persoon. Soms is er enige tijd nodig om de juiste dosering van het geschikt medicijn te vinden voor een bepaalde patiënt. Dit noemt men "het instellen van de medicijnen". Het is dan ook aangewezen zorgvuldig te noteren wanneer er aanvallen optreden en om dit met de arts te bespreken bij de volgende consultatie.

Ongeveer 35% van de epilepsiepatiënten krijgt zijn of haar aanvallen niet onder controle met anti-epileptica. Een hogere dosis medicijnen is niet altijd aangewezen. Dit kan leiden tot meerdere bijwerkingen zoals duizeligheid en slaperigheid en in bepaalde gevallen (zelden) treden, door de verhoogde medicatie, ook meer en zwaardere aanvallen op.

Voor sommige patiënten kan de arts noodmedicatie voorschrijven, wanneer de aanvallen te lang duren of te frequent voorkomen.